Nieuwsbrief november 2021.

Toepassing secundaire grondstoffen.

Toepassing secundaire grondstoffen.

Hergebruik van materialen is noodzakelijk om ook in de toekomst te kunnen voldoen aan voldoende grondstoffen voor bouwmaterialen en verder te verduurzamen. De druk om minder afval te produceren neemt daarmee steeds verder toe. Daarnaast zal een steeds hogere stortbelasting voor afval ontstaan.

Binnen TCKI worden regelmatig afvalstromen getest op de eventuele inzetbaarheid in de keramische industrie. Op het moment dat het afval opnieuw kan worden gebruikt, spreekt men van een zogenaamde secundaire grondstof. Naast vliegassen, reststromen bij kleiafgravingen, en digistaten kan ook gedacht worden aan diverse (haven)slibs en aan afvalstromen uit de glasindustrie. In potentie kunnen ook met PFAS vervuilde kleien/zanden hiervoor in aanmerking komen.

Bij het beoordelen van de inzetbaarheid wordt in eerste instantie meer inzicht verkregen in de grondstoffen aan de hand van analyses van onder andere de chemische samenstelling, het organisch koolstofgehalte en de hoeveelheid wateroplosbare zouten. Er wordt bepaald in welke mate de resultaten afwijken van analyses aan reguliere grondstoffen in de keramische industrie. Tevens kan worden bepaald of de grondstof nog verder kan worden opgewerkt om deze beter toepasbaar te maken. Hierbij kunnen bijvoorbeeld bij ongewenst hoge zoutconcentraties, wastesten op laboratoriumschaal worden uitgevoerd, en kunnen filterpersen worden ingezet. Ook kan aan een eventuele naverbranding van grondstoffen worden gedacht of aan combinaties van nabewerkingen.

Indien de grondstoffen voldoende potentie bieden, worden proefsteentjes gemaakt met verschillende hoeveelheden secundaire grondstof, om daarmee zowel de visuele als fysische en chemische eigenschappen verder te testen, en te vergelijken met referentieproefstukken. Het effect van nawassen van de grondstof op de kleur van het eindproduct is bijvoorbeeld zichtbaar bij de bruine proefsteentjes op de foto. Ontwikkelen van alternatieve producten (zie foto) is eveneens mogelijk. Tenslotte kan ook het uitlooggedrag van de producten worden onderzocht.

Bij aangetoonde geschiktheid is het uiteindelijk aan de klant om verder in contact te komen met de keramische industrie voor eventuele vervolg- en/of opschalingsstappen.

Toenemende aandacht voor steenstrips.

De aandacht voor (bak)steenstrippen en het verlijmen ervan neemt de laatste jaren meer en meer toe. Mede om die reden is onlangs een technische commissie gestart om een Europese norm te ontwikkelen voor baksteenstrips. TCKI is hierbij betrokken.

Daarnaast wordt al een paar jaar gewerkt aan een nieuwe beoordelingsrichtlijn voor het verlijmen van steenstrips (BRL1330). De overlappen van de concept BRL 1330 met al bestaande richtlijnen van gevelafwerkingen zijn inmiddels zoveel als mogelijk opgehelderd en geminimaliseerd. De nieuwe richtlijn (of verwijzingen ernaar binnen andere richtlijnen) moet een handvat geven voor het attesteren van systemen waarbij steenstrips worden verlijmd op allerlei ondergronden. Dit kunnen bijvoorbeeld harde vezelplaten, isolatieplaten maar ook betonondergronden zijn.

De nieuwste versie van de beoordelingsrichtlijn is inmiddels aangeboden aan de KOMO regeling, en aan College van Deskundigen van de certificatie-instellingen SKG-IKOB en SKH. Van de betrokken colleges wordt in de maand november een reactie verwacht. Hopelijk kan de BRL1330 op korte termijn worden vrijgegeven.

In dat kader worden binnen TCKI reeds jaren testen uitgevoerd op kleine testpanelen (40 x 65 cm), waarbij de hechtsterkte van (steen)strips zowel initieel als na veroudering (thermoshock- en vocht-vorstdooitesten) wordt getest.

Testen van gelijmde steenstrips op grote wandsystemen (2.5 x 2 m) vormen ook onderdeel van de BRL1330. Het gaat hierbij niet alleen om het testen van de lijmverbinding, maar ook om te bepalen of spanningen, scheuren of andere defecten bij het testen van grotere oppervlaktes kunnen ontstaan. TCKI heeft sinds dit jaar de beschikking gekregen over een nieuwe hygrische klimaatkamer, waarmee we in staat zulke grote systemen te testen volgens diverse Europese normen. Diverse klimaatomstandigheden kunnen met deze klimaatkamer worden getest: warme omstandigheden tot ongeveer 70 ˚C, en koele omstandigheden tot ongeveer – 20 ˚C, al dan niet met besproeiing van de wanden en eventuele vochtigheidsregulering. Dit soort testen kunnen ook worden ingezet om de veroudering van (gehydrofobeerd of geverfd) metselwerk te onderzoeken. De testsystemen worden bij deze test steeds bevestigd aan een achterwand.

De validatie van de test en de apparatuur is inmiddels afgerond. De eerste resultaten worden gecommuniceerd met de opdrachtgever en met SKG-IKOB als certificerende instantie. Het doel is ook voor deze type testen een RVA accreditatie aan te vragen.

Wij helpen u graag verder.

dr. ir. Ronny Lugtenberg

Directeur

ing. Rob Mentink

Hoofd afdeling Techniek

Stan Aben MSc

Hoofd afdeling Technologie

RI&E en (Arbo)stof- en geluidmetingen.

Er is in de media een toenemende aandacht voor het uitvoeren van Risico-Inventarisaties en Evaluaties (RI&E). Het is voor bedrijven wettelijk verplicht een RI&E op te (laten) stellen. TCKI heeft jarenlange ervaring om dit uit te voeren. Met opgebouwde kennis over productieprocessen, machinering en toegepaste (gevaarlijke) stoffen, worden de grootste arbeidsrisico’s binnen een bedrijf in kaart gebracht. Op basis van inspecties ter plaatse worden adviezen ter verbetering van de veiligheid van werknemers en derden voorgesteld en wordt indien gewenst de uitvoering ervan door ons begeleid. Hierbij worden een aantal actiepunten opgenomen en uitgewerkt in een Plan van Aanpak met tijdspad.

Een belangrijk onderdeel van de RI&E betreft (het werken met) gevaarlijke stoffen. Elk bedrijf dient een overzicht te hebben van de toegepaste gevaarlijke stoffen in het bedrijf, waarmee de gevaren van stoffen inzichtelijk worden. TCKI kan een dergelijk overzicht opstellen dat aan de wettelijke eisen voldoet. Bovendien kunnen Werkplek-Instructie-Kaarten (WIK’s) worden opgesteld waarmee op de werkplek inzichtelijk wordt gemaakt hoe een (toeslag)stof veilig moet worden toegepast, opgeruimd en opgeslagen.

Op basis van een uitgevoerde inventarisatie kan worden vastgesteld of er aanvullende metingen moeten plaatsvinden. Dit kunnen bijvoorbeeld persoonsgebonden stofmetingen zijn.

Stofmetingen
Op basis van de stoffeninventarisatie kan een meetplan worden opgesteld voor het inventariseren van (gevaarlijk) stof. Voor het bepalen van de concentratie aan (gevaarlijke) stof dient respirabel- en/of totaal zwevend stof bemonsterd te worden. Na het gravimetrisch vaststellen van de afgevangen hoeveelheid stof kan de samenstelling van het stof aanvullend geanalyseerd worden. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld een kwartsanalyse of metaalanalyse.

Arbogasmetingen
TCKI kan Arbogasmetingen bij u op locatie verzorgen. Op verschillende punten in de fabriek worden schadelijke gassen in de atmosfeer gemeten met een gecertifieerde gasmeter. Schadelijke gassen in de fabriekshal kunnen ontstaan door (oven)lekkages en/of onzorgvuldige afstellingen van (brander)installaties en ventilatoren.

Relevante en potentieel schadelijke gassen die kunnen vrijkomen in het productieproces kunnen worden gemeten. Deze worden, voor zover beschikbaar, getoetst aan publieke of private grenswaardes. Ook kan worden onderzocht op welke posities gassen ontsnappen en wordt advies uitgebracht ten behoeve van het verbeteren van uw situatie.

Geluidmetingen
TCKI kan met behulp van een geluiddosismeter of -handmeter de geluidsbelasting persoonsgebonden bepalen gedurende een werkdag conform NEN-EN-ISO 9612. Deze geluidswaarden worden getoetst aan wettelijke grenswaarden. Op basis van de vastgestelde geluidniveaus kunnen werkvloergeluidscontourenkaarten gemaakt worden van uw bedrijfssituatie. In deze contourenkaart worden geluidszones weergegeven waardoor werknemers direct kunnen zien gehoorbeschermingsmiddelen gedragen dient te worden.