Metselmortels, aandachtspunten voor de praktijk.
Zowel tijdens als na de productie van (bouw)keramiek vinden allerhande mineraalomzettingen plaats: de afbraak of decompositie van mineralen, nieuwvorming van mineralen uit smelt en/of relicten van andere mineralen en de verandering van de kristalstructuur bij een gelijkblijvende chemische samenstelling. Welke er plaatsvinden is voornamelijk afhankelijk van de samenstelling van de kleireceptuur en het bakproces.
In klassieke zin bestaan metselmortels uit toeslagstoffen, bindmiddelen en eventueel additieven. Daarnaast zijn lucht (CO2) en/of water nodig om het bindmiddel uit te laten harden. In hoofdlijnen is onderscheid te maken tussen kalkmortels (bastaardmortels), welke meer in historische context zijn toegepast, en cementmortels welke hun intrede hebben gedaan in de 20e eeuw. Vanuit deze basissamenstelling worden in meer of mindere mate variaties aangebracht om de eigenschappen van de betreffende mortels te sturen.
De belangrijkste eigenschappen van metselmortels zijn verwerkbaarheid, sterkte-ontwikkeling en eindsterkte, elasticiteit en duurzaamheid. Vooral de keuze voor het type bindmiddel dicteert in welke mate de mortel over de genoemde eigenschappen beschikt. In de meeste gevallen gaan genoemde ‘goede’ eigenschappen niet hand-in-hand. Bij de keuze voor een bindmiddel of mortelreceptuur moet dan ook goed in ogenschouw worden genomen wat de toepassing ervan is en welke functie het te realiseren metselwerk heeft. De interactie/combinatie met de te verwerken (bak)steen is daarbij minstens zo belangrijk. Dit geldt zeker ook voor voeg- en reparatiemortels. Compatibiliteit met het metselwerk is zeer belangrijk!
In de bestekfase van een werk wordt een morteladvies uitgebracht met als doel de kwaliteit, duurzaamheid en veiligheid van het metselwerk te waarborgen. In het kader van de Wet Kwaliteitsborging wordt dit ook geëist. Dit wordt vaak gedaan op basis van gedeclareerde waarden voor zowel de mortel als de te verwerken (bak)steen. Niet onbelangrijk hierbij is dat ook de verwerkingsvoorschriften dienen te worden opgevolgd. Toch blijkt het in de praktijk mis te kunnen gaan wanneer verkeerde morteladviezen worden uitgebracht of wanneer de verwerkingsvoorschriften in onvoldoende mate worden opgevolgd. Een verkeerde verwerking van de juiste mortel kan, met name op het gebied van druk- en buigtreksterkte alsook hechting, voor problemen zorgen.
Om problemen en daaruit volgende disputen zoveel als mogelijk te voorkomen is de juiste informatie nodig, die bovendien op een correcte manier tot stand is gekomen. Naast goede begeleiding en kwaliteitscontrole op de bouw, wordt bij gebruik van nieuwe of bijzondere combinaties aangeraden om aanvullend onderzoek te doen naar de prestatiekenmerken ervan. TCKI is uitgerust om de relevante prestatiekenmerken te bepalen en kan u daarnaast ondersteunen bij eventuele disputen.
Voor meer inlichtingen kunt u contact opnemen met Stan Aben.
Update CO2-monitoring en -regelgeving.
De Europese en Nationale regelgeving rondom CO₂-monitoring en -rapportage ontwikkelt zich in hoog tempo. Binnen het EU ETS is het verplicht jaarlijks emissie-, activiteits- en heffingsverslagen in te dienen bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). TCKI is hierbij betrokken, met name bij het opstellen en indienen van de verslagen en de coördinatie met de verificateur en de NEa.
Daarnaast is in 2024 het vijfjaarlijkse datarapport opgesteld, waarbij de toekenning van gratis emissierechten voor de periode 2026 – 2030 wordt vastgesteld, op basis van het activiteitsniveau van de afgelopen jaren. De trend is dat benchmarkwaarden elke vijf jaar (iets) dalen, waardoor de sector minder gratis rechten zal ontvangen. Nieuw is dat er sprake is van conditionaliteit: EED-plichtige bedrijven moeten kosteneffectieve energiebesparingsmaatregelen (TVT < 3 jaar) daadwerkelijk uitvoeren, anders dreigt korting op gratis rechten. Op dit moment is de EED-plicht herzien in artikel 11 van de EU-richtlijn en zal worden overgenomen in artikel 18 (Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiency) en artikelen 1 t/m 6 (Besluit energie efficiency). In deze nieuwe besluitvorming zijn bedrijven met een energieverbruik van 10 TJ of hoger EED-plichtig.
Tegelijkertijd is er een nationale CO₂-heffing, die aanvullend werkt op het EU ETS. Hoewel er politieke druk bestaat om deze heffing te schrappen of op nul te zetten, blijft de verplichting tot rapportage voorlopig bestaan.
Vooruitkijkend zal de Europese ‘Green Deal’ leiden tot een verdere afbouw van gratis rechten en nieuwe verplichtingen rondom Whole Life Carbon (WLC). Dit laatste houdt in dat de totale klimaatimpact van nieuw te bouwen gebouwen wordt berekend, inclusief productie, transport, gebruiksfase en einde levensduur. De WLC zal moeten worden berekend volgens de LCA-methode (levenscyclusanalyse), welke duidelijk anders is dan de door de NEa gehanteerde methode.
Producenten van bouwproducten zullen CO₂-data van de productiefase moeten aanleveren (Cradle-to-Gate), berekend volgens de LCA-methode, die worden vertaald in een Global Warming Potential (GWP)-indicator. Deze wordt uitgedrukt in kg CO₂-equivalent en vormt de kern van de WLC-index.
Vanaf 2028 wordt het verplicht om voor nieuwe gebouwen > 1.000 m² een dergelijke berekening uit te voeren en vanaf 2030 geldt dit voor alle nieuwbouw. Uiteindelijk zal dit leiden tot de opname van geverifieerde LCA-data in een Digitaal Product Paspoort, eerst beperkt tot CO₂, maar later waarschijnlijk uitgebreid met andere milieu-indicatoren zoals verzuring en ecotoxiciteit. Het tijdspad voor het uitrollen van het Digitaal Product Paspoort en de verplichtingen in het kader van de WLC-index is nog niet definitief.
Het reduceren van CO2-emissies wordt steeds belangrijker. Dit alles vraagt om een strategische aanpak om tijdig in te spelen op de aanstaande verplichtingen. TCKI blijft op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en kan u ondersteunen bij het uitvoeren van berekeningen, opstellen van benodigde rapportages en het maken van de juiste keuzes voor de toekomst.
Voor meer inlichtingen kunt u contact opnemen met Wilco van den Berg.

